Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Natuurlijk personen die een onderneming erven of geschonken krijgen en die deze onderneming voortzetten kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van de bedrijfsopvolgingsregeling. Ze betalen dan minder of geen belasting.

De onderneming kan bijvoorbeeld een personenvennootschap als de vof zijn, of een rechtspersoon als een bv.

De voorwaarden

1. Geen huidige voortzettingstermijn van 5 jaar
2. Beroep erop doen (bij aangifte) & voordat aanslag definitief vaststaat
3. Objectieve onderneming
4. Termijn
5. Voortzetten

Er moet een beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling gedaan worden, het dient te gaan om een objectieve onderneming (houdt zich bezig met ondernemingsactiviteiten), indien de onderneming geërfd wordt, moet de overledene minimaal één jaar eigenaar van de onderneming zijn geweest, indien de onderneming geschonken wordt, moet de schenker minimaal vijf jaren eigenaar van de onderneming zijn geweest en de persoon of de personen die de onderneming krijgen moeten deze minimaal vijf jaren voortzetten.

Hoe de bedrijfsopvolgingsregeling werkt

De bedrijfsopvolgingsregeling kent de volgende drie faciliteiten:
1. vrijstelling voor de personen die de onderneming krijgen en voortzetten
2. uitstel van betaling voor de personen die de onderneming krijgen en voortzetten
3. uitstel van betaling van erfbelasting bij meerdere erfgenamen

Van alle drie de faciliteiten kan tegelijkertijd gebruikgemaakt worden.


1. Vrijstelling voor de personen die de onderneming krijgen en voortzetten

Bij de ‘waarde’ van de onderneming wordt gekeken naar het ondernemingsvermogen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de goingconcernwaarde (samenhangend geheel inclusief goodwill) en de liquidatiewaarde (waarde afzonderlijk gewaardeerde bedrijfsmiddelen). Bij de erf- of schenkbelasting wordt uitgegaan van de hoogste van deze twee waarden.

Hoeveel vrijstelling geldt er?

100% vrijstelling tot een ondernemingsvermogen van € 1.084.851 (zowel wanneer goingconcernwaarde als wanneer liquidatiewaarde het hoogste is). Hierbij mag 5% beleggingsvermogen (bij materiële onderneming) van de waarde extra tot het ondernemingsvermogen worden gerekend.

Ondernemingsvermogen > € 1.084.851 en liquidatiewaarde > goingconcernwaarde
– 100% vrijstelling over de liquidatiewaarde.

Ondernemingsvermogen > € 1.084.851 en goingconcernwaarde > liquidatiewaarde
– 100% vrijstelling over € 1.084.851 en 83% vrijstelling over het meerdere.

Ondernemingswaarde Situatie Vrijstelling
< €1.084.851 Liquidatiewaarde > goingconcernwaarde 100%
< €1.084.851 Goingconcernwaarde > liquidatiewaarde 100%
> €1.084.851 Liquidatiewaarde > goingconcernwaarde 100%
> €1.084.851 Goingconcernwaarde > liquidatiewaarde 100% over € 1.084.851 en 83% over het meerdere


2. Uitstel van betaling voor de personen die de onderneming krijgen en voortzetten

Indien er na vrijstelling nog een bedrag aan erf- en schenkbelasting betaald
moet worden, kan voor dit bedrag uitstel van betaling aangevraagd worden. Indien uitstel van betaling verleend wordt, wordt voor het overblijvende bedrag een conserverende aanslag opgelegd die binnen tien jaar betaald moet worden. Er wordt invorderingsrente gerekend.

3. Uitstel van betaling van erfbelasting bij meerdere erfgenamen

Indien er meerdere erfgenamen zijn die niet allen gezamenlijk de onderneming voortzetten, dan betalen de erfgenamen die wel voortzetten veelal een vergoeding aan de erfgenamen die niet voortzetten. Deze vergoeding kan direct worden voldaan, maar vaak hebben de erfgenamen die voortzetten hier geen liquiditeiten voor,
waardoor een vordering ontstaat.

Over de vergoeding (zowel wanneer deze direct betaald wordt als wanneer een vordering ontstaat) betalen de erfgenamen die niet voortzetten erfbelasting. Hiervoor kunnen ze maximaal tien jaar uitstel van betaling krijgen. Er wordt invorderingsrente gerekend.

Let op:

De genoemde bedragen gelden per onderneming, dus niet per persoon.

Als de onderneming minder dan vijf jaar voortgezet wordt, vervalt de vrijstelling. Er moet dan alsnog erf- en schenkbelasting betaald worden over de bedragen waar eerder vrijstelling voor is gekregen.

Relevante artikelen:

Art 35B Successiewet 1956
Art 35C Successiewet 1956
Art 35D Successiewet 1956
Artikel 35E Successiewet 1956
Artikel 35F Successiewet 1956
Artikel 7 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting
Artikel 8 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting
Artikel 9 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting
Artikel 10 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting
BOR-Besluit

Inkomstenbelasting:
Box 1-ondernemer
Artikel 3.59 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.60 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.61 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.62 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.63 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.64 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 13a uitvoeringsregeling IB

Box 2-ondernemer
Artikel 4.17 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 4.17a Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 4.17b Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 4.17c Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 26a uitvoeringsregeling IB
Artikel 26b uitvoeringsregeling IB
Artikel 26c uitvoeringsregeling IB
Artikel 26d uitvoeringsregeling IB
AB-Besluit

Uitstel van betaling:
Artikel 25 Invorderingswet
Artikel 28 Invorderingswet
uitvoeringsbesluit Invorderingswet
uitvoeringsregeling Invorderingswet