Van boekhoudkundig waardebegrip naar economisch waardebegrip

Op grond van betrouwbaarheid worden ondernemingen in jaarrekeningen gewaardeerd op basis van het boekhoudkundig waardebegrip. Bij overnames wordt echter vaak het relevantere economisch waardebegrip gehanteerd. Dat er een gat zit tussen het boekhoudkundige waardebegrip en het economisch waardebegrip blijkt onder andere uit de overnamebedragen die veelal hoger zijn dan het boekhoudkundige waardegrip.

Wat verklaart dit gat?

Het boekhoudkundige waardebegrip is gebaseerd op de inkoopmarkt, het economische waardebegrip is gebaseerd op de verkoopmarkt.

Om van het boekhoudkundige waardebegrip naar het economische waardebegrip te komen, dienen de volgende stappen te worden gevolgd:

1. Boekhoudkundig waardebegrip

1. Alle gebruiksvormen activeren (Activeren wanneer naar verwachting naar de onderneming, op basis van gebeurtenis uit het verleden voortgekomen middel waarover de onderneming beschikkingsmacht heeft, toekomstige economische voordelen zullen vloeien)

2. Immateriële vaste activa activeren

3. Herwaardering activa

4. Voorzieningen inperken

5. Vermogenskosten eigen vermogen verdisconteren (In het boekhoudkundige waardebegrip wordt voorbijgegaan aan het feit dat eigen vermogen-verstrekkers ook een rendement dienen te maken voor het risico dat ze met het verstrekte kapitaal lopen eerdat ze netto contante waarde-neutraal opereren)

6. Subjectieve goodwill activeren (Verschillende activa binnen een onderneming gekoppeld aan elkaar vertegenwoordigen vaak een hogere waarde dan de afzonderlijke delen)

2. Economisch waardebegrip