Indeplaatsstelling – Overdracht van het huurcontract bij een bedrijfsovername

De locatie van een bedrijf vormt vaak een belangrijke factor bij de bedrijfswaarde. Zulks bijvoorbeeld omdat een flink deel van de kasstromen vanuit de locatie gegenereerd worden.

Bij het verkopen van een bedrijf is het behoud van de locatie voor de koper vaak een voorwaarde. Dit levert een risico op wanneer het pand gehuurd wordt. Wat als de verhuurder niet meewerkt bij de omzetting van het huurcontract?

Wanneer aan specifieke voorwaarden voldaan wordt, kan een huurder via de rechter ‘indeplaatsstelling’ afdwingen. Dit houdt in dat de verhuurder mee moet werken aan de overdracht van het huurcontract.

De voorwaarden luiden:

1. Sprake van bedrijfsoverdracht van het in het gehuurde uitgeoefende bedrijf.

2. Huurder of de ander die het bedrijf uitoefent heeft een zwaarwichtig belang bij de indeplaatsstelling.

3. Koper van het bedrijf (nieuwe huurder) moet voldoende waarborgen bieden voor een volledige nakoming van de overeenkomst en voor een behoorlijke bedrijfsvoering.

Indeplaatsstelling wordt geregeld in artikel 7:307 van het Burgerlijk Wetboek

7:307 BW

1. Indien overdracht door de huurder aan een derde van het in het gehuurde door de huurder zelf of een ander uitgeoefende bedrijf gewenst wordt, kan de huurder vorderen dat hij gemachtigd wordt om die derde als huurder in zijn plaats te stellen.

2. De rechter beslist met inachtneming van de omstandigheden van het geval, met dien verstande dat hij de vordering slechts kan toewijzen, indien de huurder of de ander die het bedrijf uitoefent, een zwaarwichtig belang heeft bij de overdracht van het bedrijf en dat hij haar steeds afwijst, indien de voorgestelde huurder niet voldoende waarborgen biedt voor een volledige nakoming van de overeenkomst en voor een behoorlijke bedrijfsvoering.

3. De rechter kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of daarbij een last opleggen.